Loatemsche Kleppe Poetry Sint-Martens-Latem Articles on art Biography Home
 
 
             
Home
Biography
Loatemsche Kleppe
Writings
Publications
Laethemschen Vriendenking
Gallery
Links
Contact

 

 

 

Home / Publications / Novels / Extract "Ontspoord"

Fragmenten uit "Ontspoord"

..."Ambtenaar word je alleen maar als je denkt nergens anders aan de bak te komen," had Paul zijn jonge leven lang herhaald. "Het is net als een legercarrière. Je hebt talent, zin voor avontuur, maar het ontbreekt je aan lef om zelf van je leven iets te maken en dan ga je maar netjes in het gareel lopen. Alles wordt je geduldig voorgekauwd en je volgt de door de overheid kant en klaar uitgestippelde paadjes. Zolang je braafjes de regels van het spel blijft spelen, je oversten met twee woorden aanspreekt en het Noorden niet verliest, ben je op het goede spoor. Je zit op de trein naar het succes. Een stoptrein. Iedere halte betekent een stap verder in je carrière. Zolang je respect hebt voor hiërarchie en deontologie kan niets in het honderd lopen. De legertop denkt in jouw plaats, je hoeft alleen maar paraat te staan en als een Jan Klaassen te dansen als die top aan de touwtjes trekt. Dan, en pas dan, klim je trede per trede naar de subtop van de spreekwoordelijke ladder. De top, daar kom je niet. De hoogste rang wordt enkel bekleed door de elite, de militair van vader op zoon of de gewillige cadet, die met veel moed en zelfopoffering tot officier wordt gekroond. In de ambtenarij is het scenario quasi identiek. De fysieke inzet is er niet zo groot, maar de op te brengen discipline is vergelijkbaar. Ik ben niet de man om netjes in de rij te lopen. Vader zou het wel willen, want hoewel ook hij er de aard niet naar had, maakte hij toch een vijfenveertigjarige carrière rond als ambtenaar. Mij niet gezien. Ik stippel zelf mijn route uit. Voor mij geen keurslijf, maar een boeiende, vrije en creatieve job. Ongebonden. Van mij maken ze geen pennenlikker, die van acht tot vijf zit weg te kwijnen achter een aftands bureautje. Het avontuur wenkt. Werken om te leven en niet andersom. Wel om goéd te leven. Als de kracht er is, de volle maat en gaat het minder, dan doe ik het zachtjes aan. Al die theorieën van de zestiger jaren ten spijt, was Paul uiteindelijk op dat ambtenarenbootje gesprongen. Hoe langer hij er rondzwalpte, hoe misselijker hij werd. Toch moest hij verder. Je kan een ideaal voor ogen hebben. Het opblazen. Maar, als je voelt dat het niet haalbaar is, moet je mans genoeg zijn om te aanvaarden dat er met het bouwen van luchtkastelen geen zaad in 't bakje komt en dan, noodgedwongen, je kanon lager moet richten. Zo belandde Paul De Necker in dat enge wereldje van de ambtenarij. Uit levensbehoefte, maar zonder enige ambitie, want hij had al snel begrepen dat de enige manier waarop je het in die gemeenschap kon maken, niet aan hem besteed was. Paul was er de man niet naar om "op zijn kop te laten poepen". Je overste neuken om die wankele hiërarchische ladder te beklimmen, lag evenmin in zijn lijn. Hoe ongelukkig hij ook was met zijn nochtans rustig ambtenarenleventje, hij moest de zure appel doorbijten. Wat telde was de maandelijkse cheque. Paul had een gezin. Marianne werkte dubbel zo hard en kreeg er bovendien de last van het huishouden bovenop. Hoewel hij dat nooit tenvolle uitte, was hij één en al bewondering voor haar doorzettingsvermogen. Zij, op haar eentje, hield haar gezinnetje recht en alsof ze nog niet genoeg om handen had met de opvoeding van Cédric, baarde de "zieke" Paul haar meer zorgen dan dat hij een hulp was. In zijn binnenste schaamde hij zich daar heel erg diep voor, maar hij was ervan overtuigd dat het ooit anders kon worden. Er moest toch ooit eens een dag komen dat hij zichzelf en de wereld in toom kreeg...

Top

nog méér fragmenten:

...Met een paar echte gabbers had Paul een groepje opgezet. Het materiaal, énige échte wawa-gitaren, geluidsmateriaal, tot een - voor die tijd - gesofistikeerde echokamer toe, hadden ze frank bij frank verzameld. Nieuwe apparatuur had er niet ingezeten, maar ze waren niet weinig fier te kunnen starten op afdankertjes van Little Jimmy and The Sharks. Ze repeteerden in de garage van het buitenverblijf van Biche’s ouders. Prachtig gelegen aan de oever van de Leie, tussen de warmoezeniers en de keuterboertjes. Die brave mensen hebben nooit één klacht gehad over het gekrijs en het gedreun van de ritmesectie. Geregeld kwamen ze zelfs luisteren en brachten bier of frisdrank aan.
In een mum van tijd hadden The Wallflowers toch een repertorium opgebouwd van om en bij de dertig rockklassiekers en enkele Sixties hits. Optreden zat er niet in, want de ouderlijke banvloek hing als het clichématige zwaard van Damocles boven hun hoofd. Thuis mochten ze er zelfs geen vermoeden van hebben. De meisjes waren er gelukkig wél blij om en wonderwel hielden ook zij het geheim goed bewaard.
Muurbloempjes was helemaal geen naam voor deze uitgelaten bende adolescenten. Ze waren de Chouchou's van de streek. Die naam hadden ze te danken aan Chouchou, de guitige mascotte van het Franse tienerblad Salut Les Copains, maar daar waren hun vriendinnetjes helemaal niet gelukkig mee en ze vochten dan ook om hun boys van te opdringerige meiden te beschermen.
Chris en Paul waren totaal onberekenbaar en je kon ervan op aan dat in elk dorp in een straal van twintig kilometer een roue de secours, zoals ze die los-vaste vriendinnetjes steevast noemden, binnen bereik was. Het bleef echter meestal braafjes en er gebeurde niet meer dan wat tongdraaien en scharrelen om, als het dan uit de hand dreigde te lopen, net voor het ultieme moment van ’t paard te springen.
Wie durft beweren dat hij zelfs die eerste vriendinnetjes nooit heeft bedrogen, is een grote huichelaar. Dit waren echter eerder onschuldige escapades. De jongens hadden, voorlopig althans, genoeg aan die prille, oprechte en zuivere liefde van Tine en Biche.
Hun grootste passie was echter de muziek. Zelfs die heerlijke zomerse Leietochten met Speedy, een motorboot aangedreven door een 50 PK Evinrude of met de pont lekker romantisch drijven langs de kronkelende Leie konden hun vuur voor de muziek niet blussen.

In de garage van Brigitte en Martine hielden ze af en toe, tot ergernis van vader De Vries, beach party's. Met zeezand, eerlijk meegenomen op de vele bouwwerven die het dorp toen kende, herschiepen ze de koude betonnen vloer van de houten garage tot een strand, getooid met vissersnetten en nagemaakte surfplanken.
Daar traden de inmiddels tot Les Voyous, herdoopte Wallflowers voor het eerst voor een ruimer publiek op. De ruige Amerikaanse rock en de zachtere Cliff en Shadows muziek hadden grotendeels plaats geruimd voor de Franstalige coverversies. Blue Bayou klonk dan als Tu n'es plus là en het ruige Somethin' Else werd Elle est Terrible. De Shadows-klassiekers bleven veel gevraagd. Andere verzoeknummertjes waren uiteraard Richie Valens' La Bamba, toen weer populair gemaakt door nette jongen Trini Lopez, Hello Josephine, Kansas City en die typische surfers sound van The Beach Boys, waar Paul de eerste stem vaak moest overlaten aan Marc, die de hoge noten van de broertjes Wilson aankon. Hoewel Paul meer van de Franse slowtjes hield flipten de meeste van de gang meer op de up-tempo nummers.

De respectievelijke ouders moesten nu wel ingelicht worden want gezien er elke week wel ergens een surboum was, kwamen Les Voyous steeds meer aan de bak. Beter nog, er kwam geld in het laatje.
Dat was nodig want, gezien geen van hen ouder was dan zeventien, moest een bestelwagen ingehuurd worden om het materiaal te vervoeren.
Pauls oudjes hadden deze vorm van ontspanning nooit echt goed kunnen verwerken. Ze begrepen nu ten volle waarom de studies achteruitgingen. Toch lieten ze hem gedijen, maar bleven, tot grote spijt van Paul, weigeren een optreden bij te wonen.
Eens deze zich begonnen uit te breiden tot enkele randsteden en de boys gevraagd werden in het voorprogramma van gerenommeerde groepjes als The Atlantics, The Sailors en The Bald Heads, hield Paul het, onder het gesmeek van Biche, voor bekeken. Zij kon de druk niet meer aan. Driemaal per week repetitie, ieder weekend opnieuw naar die muffe zalen of tenten. Alle plezier was eraf. Paul nam te weinig tijd voor haar. De balorige fans en opdringerige meiden maakten haar ongerust en diep ongelukkig. Ze kende Paul lang genoeg om te weten hoe zwak het vlees was. Hem delen met hen kon ze niet.
Vaak dacht ze dan aan die heerlijke avonden op het topje van de Buizenberg, wanneer de bende heerlijk zat te jammen bij het licht van een onooglijk kampvuurtje en de keel smeerde met de meegebrachte Cola of Stella en heimelijke hun Zemir of North Pole opstak. Nu was het leuke eraf.
Paul begreep haar bezorgdheid wonderwel. Zijn liefde voor muziek was groot, maar Biche... dat was pas het einde. De heerlijke momenten die ze samen in de manege of met hun lievelingspaarden dravend door de bossen hadden meegemaakt en die eerlijke romantiek langs de oevers van de Leie, waren hem meer waard dan iedere nacht van een tot vier door te zakken met de groupies. Hoe hard het ook was, Paul koos voor haar. Hij liet de zangpartij over aan Marc, maar sprong af en toe, als Biche huisarrest kreeg of de nood er was, als gastzanger in.

Hoewel amper zeventien wist Paul dat hij met haar de goede kaart trok. Hun relatie was er echter een met hoogten en laagten. Paul was los, nonchalant en onbekommerd voor de toekomst. Zij, daarentegen, wist wat ze wou en precies haar doortastendheid en vastberadenheid maakte hun relatie mooi.
Bichke ambieerde een praktijk als veearts of dokter. Paul had op zijn zeventiende in de verste verte nog niet voor ogen wat hij later om de brode zou doen. Het interesseerde hem niet. Na de muziek had hij misschien een bloeiende voetbalcarrière in 't verschiet. Ze hadden het er vaak over. Het enige waar Paul écht ambitie voor had was een eigen muziekprogramma op de radio of nieuwslezer bij de televisie. Dat was niet zozeer naar haar zin. Zij was zeer huiselijk en precies omdat ze voor zichzelf een zwaar en belastend beroep had gekozen, wou ze dat Paul haar zou opvangen als ze na een vermoeiende dag thuiskwam. Zij besliste dat haar man moest opteren voor een nine to five job. Urenlang konden ze daarover argumenteren.
Het was merkwaardig hoe volwassen en nuchter zij het leven bekeek. Paul luisterde gedwee naar haar filosofische monologen en kwam slechts af en toe tussen, kwestie van te tonen dat hij één en al aandacht was. Meestal droomde hij echter weg in een wereld vol avontuur en fantasie, waar haar stem, galmend in de verte, hem terug op aarde bracht. Ze merkte het niet eens of als ze dat wel deed, was ze diplomatisch genoeg om het hem niet te verwijten. De komende zomervakantie had ze twee maand de tijd om dat varkentje te wassen, nu moesten ze het pas begonnen schooljaar succesvol zien te beëindigen. Tijd zat dus...

Helaas, enkele weken later stortte Pauls geborgen wereld in mekaar. Een herfstige eind-septembermiddag. De baan was nat en glad door de eerste vallende bladeren. Biche reed vol vuur en verlangen op haar snorfiets naar haar Paul toe. Op het kruispunt met de Drongensesteenweg sneed een dronken chauffeur haar de pas af. Ze remde wanhopig, maar slipte onder de wielen van een tegenliggende vrachtwagen. ..
Sinds die verschrikkelijke septembermiddag was Pauls leven totaal veranderd. Hij had die middag tevergeefs en totaal onwetend over het drama dat zich op amper drie kilometer van hun ontmoetingspunt had afgespeeld, op haar gewacht en was, onbegrijpend, om twee uur naar de les gegaan.
Toen er 's avonds nog steeds geen Biche bij de kiosk verscheen, klopte zijn hart in zijn keel en een onbehaaglijk gevoel overviel hem. Hij bromde als een zombie naar huis toe en ruilde zijn Itom bij de fietsenmaker voor zijn oude fiets. Bijna was hij recht naar huis gegaan. Gelukkig was hij nog zo wakker van geest, dat hij rechtsomkeer maakte om zijn fiets op te halen. Stel je voor dat ze thuis ontdekten dat hij zich met zo'n gevaarlijk tuig verplaatste. Zijn vrijheid zou heel wat beknot worden.

Ongerust fietste Paul naar de telefooncel op het dorpsplein. Misschien was ze ziek. Hij draaide het nummer van de Heyericks om te informeren wat er loos was. Ginds bleef de telefoon eindeloos rinkelen. Ongewoon. De winkel sloot pas om zevenen en vader Heyerick bleef zeker nog anderhalf uur na sluitingstijd om de kas te maken en de rekken aan te vullen. De arme Paul rilde van onwetendheid. Dit was een veeg teken. Als hij mieren in de buik en benen kreeg, was dit een duidelijk signaal van zijn overgevoelig lichaam. Er liep iets mis.
Datzelfde gevoel had hij reeds eerder ervaren. Een eerste maal toen vader met zijn fiets, op klaarlichte dag, door een wagen in de vaart was gekieperd en de Rijkswacht pas om vier uur in de morgen kwam melden dat hij met een schedelbreuk in het gasthuis vertoefde.
Merkwaardig, maar telkens er iets akelig aan de hand was met een persoon of dier waarmee Paul een sterke binding had, werd hij misselijk en kreeg hij die merkwaardige signalen doorgestuurd. Ook nu. Angstig en roekeloos reed hij naar het huis van Tine toe. Ze zaten op dezelfde school en waren mettertijd de beste vriendinnen geworden. Toen hij de Frankrijkstraat in fietste voelden zijn dijspieren loodzwaar aan en kreeg hij, hoewel bergaf, de pedalen haast niet meer rond, net als wilden ook zij de waarheid niet kennen. Tines ouders openden de deur. Hun op oneindig starende ogen keken dwars door hem heen. Hij hoorde Tine onbedaarlijk huilen. In de Frankrijkstraat 60 stortte Pauls wereld totaal in mekaar. Hij was zo in de war dat vader Durand hem die avond per auto moest thuis brengen.
Paul bleef de ganse avond zodanig hysterisch, dat moeder in ijltempo dokter De Wulf liet roepen. Paul schudde over het ganse lijf en dreigde in zijn huilbuien te stikken. Zijn gezicht liep paars aan toen de dokter aanbelde. Gezien Paul geen zinnig woord over de lippen kreeg, deed moeder het verhaal.
Dr. De Wulf greep naar zijn trousse en gaf Paul een flinke dosis Valium. Hij hoorde nog net dat alleen een slaapkuur van enkele dagen heilzaam zou zijn en zonk weg in een diep en zwart dal.
Precies vijf dagen bleek Paul in nowhere land te hebben vertoefd. De eerste emotie had hij overleefd op basis van kalmeerspuiten, natte doekjes om de lippen te bevochtigen en een minimum aan water.
Toen hij moeder vroeg of Biche nog had gebeld, kwam hij terug naar de realiteit. Moeder vreesde een nieuwe uitbarsting, maar Paul bleef uitzonderlijk kalm. Met flarden kwam zijn geheugen terug. De pijn om het verlies van zijn vriendin bleef wazig. Ze was fel afgezwakt door de zware sedatie.

Hij hervatte de lessen met tegenzin. De stad, het station, de kroegen... Alles herinnerde hem aan zijn geliefde. Toen de jukebox in de Sunset of de Dixieland één van hun lievelingsnummers door de boxen spuiden, dronk hij in één teug zijn glas leeg en trok naar het park om ginds, ver van alle getuigen, zijn verdriet de vrije loop te laten.
Vaak dacht hij dan ook terug aan die heerlijke, gestolen momenten met Gitte. Angst welde dan in hem op. Gitte, dat lieve gitzwarte kronkeldingetje! Ze had hem de liefde geleerd, was zacht, attent en hunkerde passioneel naar die liefde, die ze bij haar man nooit had kunnen krijgen.
Zoals later bleek had hij, dokter Van Lint, haar in een opwelling van jaloersheid op een gruwelijke manier van het leven beroofd. Hoewel ze vaak vlinderde had zij zielsveel van haar man gehouden. Kort na hun huwelijk had ze ontdekt dat hij impotent was omwille van een in de Tropen opgelopen ziekte. Alleen na een lijntje coke lukte hét slapjes. Op party's en in sleutelclubs, zaken waar haar man op flipte, was ze vaak met dit society gedoe geconfronteerd. Iedereen ging er uit de bol en uit de kleren. Hoewel ze verre van preuts was, walgde ze van deze verdoken toestanden. Toch bleven ze samen. Zij zocht liefde bij jonge tieners, dat had ze Paul verteld tijdens hun tweede escapade. <Als ik het doe met jonge, onschuldige knapen als jij, voel ik me minder schuldig, > had ze lachend gezegd. Eigenlijk was zij een hippie avant-la-lettre, dacht Paul, maar het oeverloze verdriet om Biche bracht hem terug naar de harde werkelijkheid van het rijk der levenden.
Hij keek met glazige ogen richting parkvijver, waar oudjes de zwanen en eendjes brood voerden. Het geluk op het gelaat van die krom gewerkte, soms zielige, figuurtjes gaf hem moed om terug naar de les te gaan.

Tien dagen later brak hij echter. De schoolvrienden benaderden hem voorzichtig en attent, maar ondanks alles bleven ze hem aan zijn geliefde herinneren. Bij een ondervraging economie sloegen alle stoppen door.
Toen het stinkdier hem luiheid en onverantwoordelijkheid verweet vloog Paul de brave leraar naar de keel en ontwaakte, enkel gekleed in een dwangbuis, op de zachte vloer van een bizarre, witte, volledig gecapitonneerde kamer. Na drie weken zware bewaking en een oordeelkundige psychische begeleiding mocht hij naar huis. Hij voelde zich suf, had concentratiestoornissen, maar kon zich na aanpassing van de overmatige dosis mother's little helpers en andere smeerlapperij, opnieuw integreren in het dagelijkse leven.
Paul stond er nu echter alleen voor. Ook de vrienden waren stuk voor stuk weggebleven. Hij was weinig meegaand en hun aanwezigheid enerveerde hem soms in die mate, dat hij midden een gesprek de kamer verliet en zich terugtrok op de slaapkamer. De eerste keren dat dit zich voordeed konden de ze er begrip voor opbrengen. Mettertijd sloot Paul zich echter zodanig af van wat in de buitenwereld gebeurde, dat zij het wijselijk vonden de tijd de wonden te laten helen.
Toen hij voor het eerst alleen de straat opging, spoedde hij zich naar Toon, pikte er zijn bromfiets op en reed als een gek naar het kerkhof. In de bloemenzaak vlakbij kocht hij drie witte rozen en voegde er een kaartje bij met de tekst: "voor eeuwig de jouwe". Wezenloos reed hij terug. Ging zijn fiets ophalen en verkocht zijn trouwe Itom aan de fietsenmaker... Hij zwoer zo'n tuig voor eeuwig af. Geen haar op zijn hoofd dacht eraan ooit nog plaats te nemen op een gemotoriseerde tweewieler, dat had hij voor het, troosteloze, nog zerkloze graf van Biche gezworen.

Top